Vaak lach ik als ik onze oprit zie, zoals iemand kan lachen om De dikke en de dunne. Mijn vader heeft een rode Vitobus: hij is rood, groot en dodelijk. Hij is naar mijn weten nooit schoongemaakt en het produceert dikwijls loeiharde Metallicamuziek.
Precies daarnaast - het zal je haast niet opvallen - staat nog een itauto, in de schaduw, mijn moeders auto. Deze auto is het tegenovergestelde, het negatief van een foto: hij is geel, klein, onberoerd door bewonderende blikken en houdt van Acda en de Munnik.
Mijn moeder rijdt een gele Suzuki Alto.
Ik wil niet vertellen over de emotionele schade die ik heb opgelopen door het rijden in deze auto. Ik ben er nog lang niet mee in het reine getreden en dit kan - zo verzeker ik u - nog wel even duren. Dat is niet helemaal eerlijk tegenover de Suzuki, dat weet ik: ook hij heeft een deuk in zijn ego opgelopen sinds Koninginnedag 2009. Toch word ik liever vervoerd in de Vito. Toegegeven, de bestuurder houdt van headbangen en de lucht bestaat uit een deel zuurstof, drie delen nicotine, maar de auto is ook voorzien van getinte ramen.
Uit mijn geschokte tweets heeft u wellicht meegekregen dat de arme Suzuki op zijn kant is gezet door een groep niet nader te benoemen hangjongeren. Het was een potsierlijk gezicht eerlijk gezegd, maar wanneer je auto vernield is, maak je je eerst druk om de schade. Lachen kan pas na de verzekeringsmeneer. Na een hoop gedoe en getouwtrek werd de auto gelukkig terugbezorgd. Een probleem: het eurostuk van vijftig cent dat de dag ervoor op het dashboard had gelegen, was spoorloos. Na de eerste rit, was dat vraagteken echter gauw geweken. Wat bleek: het muntje was bij het takelen ergens achter geschoven.
De vijftig cent werd niet teruggevonden. Bij elke bocht die het autootje maakte - en elke bocht voel je in een gele Suzuki Alto - hoorde je het muntje verschuiven. Vooral rotondes waren een crime. De auto is leeggehaald, omgedraaid, binnenstebuiten gekeerd, vriendelijk verzocht en aanbeden, maar hij geeft het muntje, dat ons langzaamaan gek maakt, niet terug. Dat beeld wilde ik u geven.
Alleen dat.
Nee, ik heb helaas geen kloe of crux: dit is mijn droevige verhaal. Geen uitsmijter? Nee. Geen flauwe grap? Nee. Geen happy end? Nee. Het enige wat blijft is een gele auto.
En een muntje.