Oude acteurs maaien over Frank

Ik dacht: laat ik het nieuwe spraakherkenningssysteem eens testen met de songtekst van ‘Sound of Silence’ van Simon en Garfunkel. Tja, volgens mij pakt hij alleen Nederlands.

Oude acteurs maaien over Frank
achterkant trok het jodium
ik had er/een staflid Wetering
blijft het ziet zo arm was rekening
en de regen
Carlos plant dat email door een
stil Romeins
woedende Science of Science

In westerse premies maar ook de lonen
naar Auschwitz of krabbels toont
een nieuw der geelrode strik line
de Mac hadden gekoeld en daar
woon maar waar is mijn stijl
Maar een glaasje van Jan line
diskette naar
en Thatcher te samen zijn tilde.

50 ct.

Vaak lach ik als ik onze oprit zie, zoals iemand kan lachen om De dikke en de dunne. Mijn vader heeft een rode Vitobus: hij is rood, groot en dodelijk. Hij is naar mijn weten nooit schoongemaakt en het produceert dikwijls loeiharde Metallicamuziek.
Precies daarnaast - het zal je haast niet opvallen - staat nog een itauto, in de schaduw, mijn moeders auto. Deze auto is het tegenovergestelde, het negatief van een foto: hij is geel, klein, onberoerd door bewonderende blikken en houdt van Acda en de Munnik.
Mijn moeder rijdt een gele Suzuki Alto.

Ik wil niet vertellen over de emotionele schade die ik heb opgelopen door het rijden in deze auto. Ik ben er nog lang niet mee in het reine getreden en dit kan - zo verzeker ik u - nog wel even duren. Dat is niet helemaal eerlijk tegenover de Suzuki, dat weet ik: ook hij heeft een deuk in zijn ego opgelopen sinds Koninginnedag 2009. Toch word ik liever vervoerd in de Vito. Toegegeven, de bestuurder houdt van headbangen en de lucht bestaat uit een deel zuurstof, drie delen nicotine, maar de auto is ook voorzien van getinte ramen. 

Uit mijn geschokte tweets heeft u wellicht meegekregen dat de arme Suzuki op zijn kant is gezet door een groep niet nader te benoemen hangjongeren. Het was een potsierlijk gezicht eerlijk gezegd, maar wanneer je auto vernield is, maak je je eerst druk om de schade. Lachen kan pas na de verzekeringsmeneer. Na een hoop gedoe en getouwtrek werd de auto gelukkig terugbezorgd. Een probleem: het eurostuk van vijftig cent dat de dag ervoor op het dashboard had gelegen, was spoorloos. Na de eerste rit, was dat vraagteken echter gauw geweken. Wat bleek: het muntje was bij het takelen ergens achter geschoven.

De vijftig cent werd niet teruggevonden. Bij elke bocht die het autootje maakte - en elke bocht voel je in een gele Suzuki Alto - hoorde je het muntje verschuiven. Vooral rotondes waren een crime. De auto is leeggehaald, omgedraaid, binnenstebuiten gekeerd, vriendelijk verzocht en aanbeden, maar hij geeft het muntje, dat ons langzaamaan gek maakt, niet terug. Dat beeld wilde ik u geven.

Alleen dat. 

Nee, ik heb helaas geen kloe of crux: dit is mijn droevige verhaal. Geen uitsmijter? Nee. Geen flauwe grap? Nee. Geen happy end? Nee. Het enige wat blijft is een gele auto.

En een muntje.

1 note

De vloer is heet.

De vloer is heet.

Dokter Trelawney kwam uit Engeland: hij was na een schipbreuk op onze kust aangespoeld, dobberend op een vat Bordeaux. Hij was zijn hele leven scheepsarts geweest en had lange gevaarlijke reizen gemaakt, waaronder die met de beroemde kapitein Cook, maar hij had nooit iets van de wereld gezien omdat hij altijd benedendeks zat te klaverjassen.
Italo Calvino. ‘De gespleten burggraaf.’ In: Italo Calvino. Onze voorouders. Amsterdam: Ooievaar 1995, 23.

1 note

Comment faire l’amour avec un nègre sans se fatiguer?
Dany Laferrière,  L’énigme du retour.

Het resultaat van drie tentamens en één flink - en dan bedoel ik flink - dossier: hoe het was en hoe het nu is.

Cinewauwau - The Cider House Rules

Wie eens een roman van John Irving heeft gelezen, herkent zijn stijl onmiddellijk. Irving schetst de meest onwaarschijnlijke personages, die je langzaamaan sympathiek gaat vinden, zoals de schrijver T.S. Garp en de stomme Ellen James uit De wereld volgens Garp. Bij de film The Cider House Rules - een tweede Irvingverfilming - is precies hetzelfde aan de hand: we maken kennis met de vriendelijke wees Homer Wells en diens vaderfiguur dr. Wilbur Larch. 
Homer is genoemd naar de kat van een van de zusters: de toon van het verhaal is gezet. The Cider House Rules klinkt wellicht als een obscure horror, het is eigenlijk een vriendelijk absurdistisch verhaal. Het boek is een bildungsroman over deze jonge Homer. De jongen is een eeuwige wees: hij spendeert zijn jeugd in het weeshuis - waar hij de plaatselijke dokter helpt met bevallingen en abortussen weigert - maar komt nooit verder dan het treinstation. Uiteindelijk besluit hij op te stappen om wat van de wereld te zien. Hij stapt in de appelhandel - u hoort het goed - en wordt verliefd. Na liefdesperikelen en een duister zaakje met collega-appelplukkers besluit hij het leven toch weer op te zoeken in het weeshuis.
Hoewel ik het boek niet gelezen hebben - eerlijk is eerlijk - durf ik te zeggen dat de verfilming geslaagd is. Het stijltje van John Irving, dat mij persoonlijk zeer aanspreekt, is duidelijk eroverheen gesmeerd. Irving is Kafka met een glimlach.

Bron: Hällstrom, Lasse. The Cider House Rules. (1999). Met: Maguire, Tobey, Charlize Theron en Michael Caine.
 

1 note

Matthäus-Passion
Jezus toch maar dood verklaard
Meubelboulevard
Gronoma. ‘Paashaiku.’ http://www.krakatau.nl/?p=4218

1 note

Cinewauwau - Good Will Hunting

Nu ik toch in Matt Damonsferen was (zie een paar berichtjes terug), besloot ik ook maar meteen Good Will Hunting uit 1997 te bekijken. Damon speelt hier een getroubleerde tiener, een mishandelde wees. Het is echter geen jonge Oliver Twist die met grote reeënogen om meer (niet nader te definiëren) voedsel vraagt, maar een wunderkind die zijn naargeestige verleden verschuilt achter wiskundeopgaven en een hoop filosoferen. 
Will Hunting werkt als conciërge bij MIT. Hij heeft, ondanks zijn genie, nooit kans gehad om te studeren. Uit rebellie (?) maakt hij ‘s nachts de wiskundeopgave die een professor voor zijn klaslokaal ophangt. Daarmee verbluft hij de competitie, want niemand was in staat tot dat sterke staaltje. Intussen komt hij in een gevecht terecht - dat overkomt hem wel vaker - en wordt hij naar de gevangenis gewezen. De enige oplossing: met de eerder genoemde professor samenwerken en - en dat zint hem minder - bij de psychiater op de sofa gaan liggen.
En daar komt filmgrootheid nummero twee naar voren: Robin Williams. Williams is zoals altijd een droevige clown. Met een lach en een traan helpt hij de ganse wereld erbovenop, net als in - pak ‘m beet - Dead Poets Society (“Carpe diem, boys! Make your life extraordinary!”). 
Het duo werkt goed samen in Good Will Hunting, mede geholpen door dat Bostonse accent dat ze aannemen. Zoals meestal in Amerikaanse films is er een happy end: Damon komt na een x-aantal sessies aan de bak, Williams leert om te gaan met zijn gestorven vrouw. Een aanrader.

Bron: Sant, Gus van. Good Will Hunting. (1997). Met: Damon, Matt, Robin Williams en Ben Affleck. 

Ontdek het kunststof kozijn!
s Werelds slechte slogan.

1 note