Wie eens een roman van John Irving heeft gelezen, herkent zijn stijl onmiddellijk. Irving schetst de meest onwaarschijnlijke personages, die je langzaamaan sympathiek gaat vinden, zoals de schrijver T.S. Garp en de stomme Ellen James uit De wereld volgens Garp. Bij de film The Cider House Rules - een tweede Irvingverfilming - is precies hetzelfde aan de hand: we maken kennis met de vriendelijke wees Homer Wells en diens vaderfiguur dr. Wilbur Larch.
Homer is genoemd naar de kat van een van de zusters: de toon van het verhaal is gezet. The Cider House Rules klinkt wellicht als een obscure horror, het is eigenlijk een vriendelijk absurdistisch verhaal. Het boek is een bildungsroman over deze jonge Homer. De jongen is een eeuwige wees: hij spendeert zijn jeugd in het weeshuis - waar hij de plaatselijke dokter helpt met bevallingen en abortussen weigert - maar komt nooit verder dan het treinstation. Uiteindelijk besluit hij op te stappen om wat van de wereld te zien. Hij stapt in de appelhandel - u hoort het goed - en wordt verliefd. Na liefdesperikelen en een duister zaakje met collega-appelplukkers besluit hij het leven toch weer op te zoeken in het weeshuis.
Hoewel ik het boek niet gelezen hebben - eerlijk is eerlijk - durf ik te zeggen dat de verfilming geslaagd is. Het stijltje van John Irving, dat mij persoonlijk zeer aanspreekt, is duidelijk eroverheen gesmeerd. Irving is Kafka met een glimlach.
Bron: Hällstrom, Lasse. The Cider House Rules. (1999). Met: Maguire, Tobey, Charlize Theron en Michael Caine.